Zeven redenen waarom die starterswoning een slimme investering is

door Hans Van Den Bergh op 17 sep 2018

Het is een huizenhoog cliché, maar dat verhaal van de Belg met de baksteen in de maag is ook gewoon waarheid. Drie op de vier van onze landgenoten is ridder van zijn eigen kasteel. Straf — al betekent dat nog niet dat er bij die aankoop geen hoop getwijfel kwam kijken.

Wil je de rest van je leven op die plek blijven wonen? Heb je in feite wel genoeg middelen om dat droomhuis van jou op de kop te kunnen tikken? En moet je dié woning dan als eerste woning kopen, of is het slimmer om wat te wachten? Zeven redenen waarom je helemaal geen stress moet hebben om die starterswoning aan te schaffen. 

1. Vastgoed is en blijft een veilige investering

Nog zo’n cliché dat waar is. Goed, zo’n dingen zijn niet in steen gebeiteld, maar de Belgische vastgoedmarkt is al decennialang stabiel en gezond. Vraag en aanbod blijven dan ook doorgaans mooi in evenwicht. De woningprijzen gaan bovendien al jaren in stijgende lijn.

Dat klinkt als slecht nieuws voor wie wil kopen, maar dat is het niet als je het op de lange termijn bekijkt. Je zult je huis namelijk met wat geluk met winst kunnen doorverkopen wanneer de tijd rijp is — zéker als je bij je verbouwingen rekening houdt met wat handige tips.

2. De rentevoet staat nog altijd erg laag

Soms loont het om niet eeuwig te twijfelen. Momenteel staat de gemiddelde rentevoet erg laag, en dat is al een tijdje zo. Experts verwachten niet dat daar snel verandering in komt, of toch niet dat er zich spectaculaire schommelingen voordoen. Als je liever niet wacht tot ze ongelijk krijgen, kun je natuurlijk altijd snel schakelen.

Sowieso houdt de lage rentevoet in dat je minder interest betaalt, waardoor je investering zichzelf sneller terugbetaalt. Leuk voor je portemonnee, dus.

rawpixel-741658-unsplash

3. Hoera voor belastingvoordelen

Het klinkt misschien iets minder sexy, zo’n belastingvoordeel, maar hey, centen zijn centen. Als je een huis koopt, krijg je zomaar 912 euro per persoon terug van de staat, en dat gedurende de eerste tien jaar. Hoera voor de overheid en de woonbonus.

En het is nog niet gedaan, want na dat tiende jaar blijft de staat enthousiast over je aankoop, al zakt je bonus dan wel naar 608 euro. Dus, euh, de overheid betaalt eigenlijk mee je huis af. Dank u, overheid!

4. Kopen en verkopen? Zo gepiept

Bang dat het stulpje dat je wil kopen uiteindelijk toch niet het huis van je dromen is? Of dat je plots aan gezinsuitbreiding doet en je bijgevolg wat slaapkamers te kort komt? Nou en? Dat hoeft helemaal geen probleem te zijn. De woningmarkt is altijd in beweging en als je dat wil, dan ben je dat ex-droomhuis van jou zo weer kwijt.

Uiteraard kun je bye-bye zeggen tegen de notariskosten die je hebt neergeteld, maar dat weegt niet op tegen de winst die je zult halen uit de meerprijs die je gecreëerd hebt — al is het maar door de tijd haar werk te laten doen en te profiteren van de stijgende verkoopprijzen. 

5. Gun jezelf wat zekerheid

Koop een huis en het is helemaal van jou. Enfin, niet helemaal. Eigenlijk is dat huis gekocht met de centen van de bank. Dat wil zeggen dat de bank onrechtstreeks eigenaar is van je huis en ze dat dus ook kan verkopen als blijkt dat jij niet elke maand braaf je lening afbetaalt. Zo werkt dat nu eenmaal, zo’n hypothecaire lening.

Nu goed, als je wél netjes betaalt en blijft wonen waar je zo graag woont, dan is dat huis uiteindelijk helemaal van jou, van de fundering tot de dakgoot. Niet zo bij een huurhuis, natuurlijk. Hoewel je maandelijks waarschijnlijk niet veel minder betaalt wanneer je huurt, kan je huisbaas altijd beslissen om je contract te beëindigen en moet je dan plots toch weer op zoek naar een nieuw dak boven je hoofd. Die onzekerheid is voor velen een reden om toch voor de stabiliteit van een eigen woonst te opteren.

6. Je eigen stek

Dat eigen stekje waar we met zijn allen van dromen is niet toevallig zo belangrijk. Je bent er namelijk heer en meester over je eigen erf, een verlicht despoot die zijn zin mag doen met verbouwingen groot en klein. En als je het plots in het pimpelpaars wil schilderen, wel, dan doe je dat gewoon.

Niet meteen iets dat je moet proberen in een huurhuis. Anderzijds: waarom zou je een nieuwe badkamer installeren in een woonst die niet de jouwe is? Dat blijft een investering in het huis van een ander. Sympathiek, dat zeker, maar financieel gezien niet meteen de beste zet. Knutsel je daarentegen aan je eigen huis, dan zorgt dat voor een meerwaarde — tenzij je echt twee linkerhanden hebt.

7. Pensioensparen in baksteenvorm

Dat pensioen is misschien nog heel veraf, maar waarom zou je daar nu nog niet aan denken? Waarschijnlijk ben je van je hypothecaire lening verlost op het moment dat je met pensioen gaat. Proficiat, je bent dan voor de volle 100% eigenaar van je eigen woning!

Nooit meer huur betalen, nooit meer de onzekerheid dat je plots moet opkrassen. En als je het slim hebt gespeeld, is dat huis van jou intussen een aardige stuiver waard.

Maar stel nu eens dat je dat allemaal niét had gedaan? Had je geen huis gekocht, dan moest je nu van dat karige pensioen nog steeds elke maand een groot stuk afpitsen voor je huur. De kans bestaat dat er nog weinig van dat pensioen overblijft eens je alle kosten er af trekt — laat staan van je dromen van een rusthuis met omliggend park en ontbijt op bed.

Toegegeven, de notariskosten wanneer je een huis koopt zijn beste een dure grap. Je huis verkopen vlak nadat je het gekocht hebt, is dus allicht niet het allerslimste idee. Maar als je even geduld hebt, wordt je woonst vanzelf de investering waard — in het bijzonder als je wat handige trucs toepast om meerwaarde te creëren. Die aankoop is dus niets om je hoofd over te breken, zolang je je maar goed informeert over wat je mogelijkheden zijn. En da’s toevallig onze specialiteit.

De beste begeleiding bij je plan van droom tot huis? Maak nu een afspraak met en krijg antwoord op al jouw vragen.

New call-to-action

Hans Van Den Bergh

Allround Marketeer at hypotheek.winkel